GNbanner.gif

Houses of History

Europa_Rembrandt Tijdens zijn inaugurele toespraak in februari 2007 pleitte de voorzitter van het Europees Parlement, Hans-Gert Pöttering voor de bouw van een “Huis der Europese geschiedenis“. Een dergelijke initiatief wordt natuurlijk niet direct zonder slag of stoot verwezenlijkt. Naar verluidt lagen de Polen nogal dwars omdat ze, hoe kan het ook anders, de bedoelingen van de Duitsers nogal wantrouwden. Blijkbaar werden de plooien toch gladgestreken en kon afgelopen maandag (15 december 2008) het Bureau van het Europees Parlement aankondigen dat een dergelijk museum er ook daadwerkelijk moet komen. De beslissing werd unaniem genomen door een comité van een negental deskundigen, voornamelijk historici.

Ho wacht, historici? Wat hebben die er mee te maken zou u denken, want hier in Nederland hebben we ook een dergelijk project en schijnbaar komen daar maar weinig historici aan te pas. In juni 2007 besloot minister Plasterk dat er een Nationaal Historisch Museum (NHM) in Arnhem zal worden gevestigd. Ondertussen zijn Erik Schilp (Zuiderzeemuseum) en Valentijn Byvanck (Zeeuws Museum) benoemd tot respectivelijk algemeen en inhoudelijk directeur. Het Historisch Nieuwsblad ging onlangs eens kijken in de musea van beide heren. “Postmoderne onzin waar we niets wijzer van worden.”, was het commentaar op het Zuiderzee museum en het Zeeuws Museum kwam er al niet veel beter van af. Jan Marijnissen, groot voorvechter van het NHM, schrok daar toch wel van. En dat is nog niet het enige wat hem dwars zit rond de hele gang van zaken rond het NHM. De keuze van de voorzitter en de lokatie staan hem niet aan. En ook het feit dat een aantal mensen die eerst tegen het NHM waren nu toch een rol in spelen binnen het geheel: “Dat geldt bijvoorbeeld voor Pauline Kruseman, de directeur van het Amsterdam Historisch Museum, die in de raad van toezicht zit. Ook Erik Schilp, de directeur van het Zuiderzeemuseum, was tegen het NHM.” Vooral de ondergeschikte rol die historici lijken te spelen in de plannen steekt Marijnissen bijzonder: “Historici moeten in het NHM de eerste viool spelen, nu en in de toekomst. Zij gaan over de inhoud. Anderen, waaronder kunstenaars, kunnen vervolgens bijdragen aan de vormgeving. Ik zou het een welkome verrijking vinden wanneer aan het museum een werkplaats voor historici zou worden verbonden.” Vooralsnog lijkt het eerder omgekeerd. Enfin, desondanks gaan op 14 januari in het KHL Koffiehuis te Amsterdam een twintigtal jonge historici in debat met Valentijn Byvanck over de inhoud van het museum. Er is dus nog hoop.